Toen ik na mijn priesterwijding (5 juni 1993 ) formeel afscheid wilde nemen van het gilde

St Joris had het bestuur andere ideeën. Het wilde mij benoemen als gildeheer, de traditionele titel voor een geestelijke die aan het gilde verbonden is.

Ik was vanaf mijn jeugdjaren lid . Hoe oud ik precies was , toen ik nar werd, weet ik niet meer. Na een korte periode als nar, ging ik vendelen. En kruisboog schieten op zaterdagavond heb ik ook altijd meegedaan. Zo groeide ik mee op in het gildewezen. Het lidmaatschap van mijn vader was de natuurlijke toegang tot het gilde. Mijn priesterwijding was het moment – vond ik – om officieel afscheid te nemen. Ik zou definitief ergens in een parochie komen te wonen en werken en de kans dat daar óók een gilde zou zijn, was groot. Veel Brabantse dorpen kennen een of meerdere gilden. Het bestuur benaderde mij dat ze mij graag met het gilde verbonden wilden laten blijven. Wie het vroeg of hoe men het vroeg,weet ik niet meer. Maar ik was gecharmeerd van het idee. Er werd een mooi schild gemaakt en ik bleef lid. De functie van gilde heer was voor het Sint - Joris gilde nieuw, althans ik had geen directe voorganger. Het was toen bij ons gilde niet de gewoonte dat de pastoor van de parochie die functie vervulde.

Het lukt mij ieder jaar met kermismaandag aanwezig te zijn bij de teerdag. Ook als er dat jaar geen koning schieten is bij Sint- Joris of Sint- Bastiaan pleeg ik die ene dag te komen. Op andere dagen en bij andere gelegenheden moet men niet te veel op mijn rekenen. Wat ik in het gilde zie? Er is een gevoel voor traditie en voor christelijke waarden.

Mijn geloofsleven en staan in de kerk sluit daarbij aan. Wel denk ik dat het gilde na zal moeten gaan denken over de eigen traditie(s), want ze zijn steeds minder vanzelfsprekend en worden door de jonge generatie ook niet altijd meer begrepen. Daarnaast is het belangrijk dat de tradities vanuit een goede christelijke geloofinhoud worden beleefd .Tradities mogen geen uiterlijkheden worden zonder inhoud en fundament. Op bisdom/provincieniveau heb ik als vicaris-generaal en als gildelid mee mogen praten over de relatie tussen kerk en gilde. Dit rapport wordt binnen de verschillende kringen als het goed is besproken.    

 

gildeheer Ron van den Hout